iconOngebonden heffingen

Forensenbelasting

Via de forensenbelasting kunnen gemeenten lasten van bepaalde voorzieningen verhalen op mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van voorzieningen.
Het wordt alleen geheven van mensen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning ter beschikking houden. De opbrengst is opgenomen in deelprogramma 3A Economie. Voor de forensenbelasting zijn geen bijzonderheden te melden.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Eigenaren van woningen en van niet-woningen betalen eigenarenbelasting. Voor een niet-woning betaalt de gebruiker van een pand de gebruikersbelasting van de OZB.

De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak.

Het tarief van de OZB wordt op de jaarlijkse aanslag uitgedrukt in een percentage van de

WOZ-waarde. Dit percentage is de geraamde OZB-opbrengst voor de hele gemeente gedeeld

door de totale WOZ-waarde voor de hele gemeente. Voor iedere groep belastingplichtigen

stellen we een afzonderlijk tarief vast (eigenaren woningen, eigenaren niet-woning en

gebruikers niet-woning). De gemeente heeft alleen invloed op de geraamde OZB-opbrengst. De

ontwikkeling van het OZB-tarief is vooral afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt

(de WOZ-waarden). Wanneer de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een

neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen.

Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een

verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB-opbrengst daalt.
De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt.

De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar,

bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar. Voor het belastingjaar 2019 was de WOZ-waarde per 1 januari 2018 bepalend. De opbrengst is onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen (3.2).

Ontwikkelingen

In de begroting meldden we dat nieuwe wetgeving vraagt om een andere inrichting van de waardering van objecten. Voor de WOZ is m3 (inhoud) een belangrijke parameter. Dit moet veranderen naar m2 (oppervlakte) zodat de parameter gelijk loopt met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). GBTwente herziet alle objecten op dit punt, zo nodig met opnieuw taxeren. Dit zal zij uitvoeren in 2020. Daarvoor is in 2018 een bedrag gereserveerd van € 80.000. Uit de offerte (2019) blijkt dat het bedrag ontoereikend is. Naar verwachting zal het project het dubbele kosten. Wanneer we meer weten, zullen we u hierover informeren via actieve informatievoorziening.

Verloop WOZ-waarden

De raad wil de waarde-ontwikkeling van objecten voor de 3 OZB betalende groepen volgen voor het moment van tariefbepaling (oktober) en moment van aanslagoplegging (februari jaar erna). De WOZ-waarde voor OZB gebruikers niet-woningen is altijd lager dan de WOZ-waarde voor OZB eigenaren niet-woningen omdat over de woononderdelen van een niet-woning geen OZB geheven mag worden. De WOZ-waarden bij aanslagoplegging geven de waarden voor de jaarrekening. De waarden bij tariefbepaling gebruiken we in de begroting en de belastingvoorstellen voor het (nieuwe) jaar. De ontwikkelingen in WOZ-waarden zijn:

Ontwikkeling WOZ-waarden

Rekening 2017

Rekening 2018

Begroot 2019

Werkelijk 2019

WOZ-waarde bij tariefbepaling (oktober)

Eigenaren woningen

3.609.104

3.703.766

3.884.498

4.047.980

Eigenaren niet-woningen

834.236

793.995

778.804

769.726

Gebruikers niet-woningen

777.228

654.569

568.005

663.580

Aantal objecten

19.011

19.108

19.000

19.185

Gemiddelde waarde per object

237

244

245

251

WOZ-waarde bij aanslagoplegging (februari)

Eigenaren woningen

3.703.766

3.884.498

4.087.957

Eigenaren niet-woningen

793.995

778.804

772.787

Gebruikers niet-woningen

654.569

568.005

578.339

Reclamebelasting

Reclamebelasting kan worden geheven over openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Voorbeelden zijn gevelreclame, bestickering ramen, posters, vlaggen, uithangborden, luifels of spandoeken. We heffen de reclamebelasting in het centrum van Vorden, Hengelo en Zelhem en op het industrieterrein van Zelhem. In Bronckhorst gaat deze belastingopbrengst via subsidie naar de stichting Ondernemersfonds voor diezelfde kern. De heffing besteden we volledig voor economische promotie, onderdeel van deelprogramma 3A Economie (2.1.3).

Ontwikkelingen

Volgens het raadsbesluit van 7 juli 2016 zou er na 3 jaar een evaluatie plaatsvinden met betrekking tot het functioneren van de ondernemersfondsen en de reclamebelasting. Eind 2018 zijn we gestart met deze evaluatie door middel van een enquête onder de belastingplichtigen. Er zijn 228 enquêtes verzonden, waarna er 66 retour zijn gekomen wat neerkomt op een response van 29%. Op de vraag ‘’Wat is uw mening ten aanzien van het ondernemersfonds?’’ reageerde 75,8% dat ze door willen gaan met het ondernemersfonds. In maart 2019 heeft u ingestemd met het ongewijzigd voortzetten van deze ondernemersfondsen.

In 2018 heeft Industriële Kring Zelhem (IKZelhem) ons verzocht om een ondernemersfonds op de bedrijventerreinen De Vinkenkamp, Het Blek, Industriepark en de Hoge Voort te realiseren ten behoeve van een stichting Parkmanagement door de invoering van een reclamebelasting. Parkmanagement is een vorm van samenwerking tussen ondernemers gevestigd op een bedrijventerrein. Gezamenlijk kan worden gewerkt aan een veiliger en gezonder werkomgeving of een betere interne en externe bereikbaarheid. Na een positieve draagvlakmeting onder de ondernemers op de bedrijventerreinen hebt u in april 2019 ingestemd met de reclamebelasting voor de stichting Parkmanagement Zelhem.

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die geen inwoners zijn van de gemeente Bronckhorst en die binnen de gemeente verblijf houden in bijvoorbeeld een hotel, camping, pension, ligplaats of vakantiehuisje. De belasting wordt geïnd bij de persoon die gelegenheid tot verblijf biedt. Die persoon is bevoegd om de belasting als zodanig te verhalen op degene voor wiens verblijf de belasting verschuldigd is.
De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen. In Bronckhorst besteden we deze belastingopbrengst volledig voor toerisme, onderdeel van deelprogramma 3A Economie(2.1.3).

Ontwikkelingen

Eind 2018 is gestart met een onderzoek naar het gebruik van de forfaitaire heffingsmaatstaf in de verordening. Uit de resultaten blijkt dat deze forfaits in de verordening toeristenbelasting 2019 niet meer juist waren en vervangen moesten worden. Ook was het uitgangspunt om het aantal forfaits te verminderen en het tariefstelsel te vereenvoudigen.

GBTwente heeft aan de hand van het aantal overnachtingen van de voorgaande jaren en de nieuwe forfaitaire heffingsgrondslag nieuwe tarieven berekend en opgenomen in de verordening toeristenbelasting 2020. Het standaardtarief toeristenbelasting bedraagt € 1,25 per persoon per overnachting en het tarief voor overnachten in een mobiel onderkomen en/of groepsaccommodatie bedraagt € 0,75 per persoon per overnachting. De totale opbrengst blijft gelijk aan de opbrengst van de afgelopen jaren. Met deze aanpassing sluiten we aan op de wens van de ondernemers om het systeem te vereenvoudigen en benaderen we hiermee meer een afrekening op basis van het het werkelijke aantal overnachtingen. De opbrengst van de toeristenbelasting komt volledig ten goede van de recreatieve en toeristische sector.