iconGrondslagen

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Voor gemeenten gelden de verslagleggingsregels uit het BBV. De jaarrekening is in overeenstemming met deze regelgeving.

Algemene grondslagen

De waardeling is op basis van historische kosten.

Grondexploitatie

De waardering is op basis van historische kosten dan wel de lagere marktwaarde.

Voorzieningen

De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de gemeentelijkse kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen is in het jaarverslag in het beleid ter zake nader uiteengezet.

Personeelskosten

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt. Voor arbeidsgerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op een andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- of verlofaanspraken.

Vaste activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn onder te verdelen in:

  • kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
  • kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
  • bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in:

  • investeringen met een economisch nut;
  • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
  • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.   

Investeringen hebben een economisch nut wanneer ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Investeringen in materiële activa, groter dan € 10.000 worden geactiveerd. Voor vervangingsinvesteringen in het riool hebben we een voorziening. De dotatie maakt deel uit van de tariefberekening. De vervangingsinvesteringen brengen we ten laste aan de voorziening.

De waardering van onze materiële vaste activa

De materiële vaste activa waarderen we tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs na aftrek van ontvangen subsidies en bijdragen van derden en (extra) afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs uit aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en overige kosten die we rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen toerekenen.

Rente rekenen we niet toe. En op activa schrijven we af op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. De afschrijvingen sluiten aan bij het verloop van de waardevermindering. In beginsel schrijven we lineair af, in bijzondere situaties annuïtair. De afschrijvingstermijnen staan in de Financiële verordening, art.14, bijlage afschrijvingsbeleid (2023).

Financiële vaste activa

Hieronder vallen kapitaalverstrekkingen, leningen, overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of langer. Bij kapitaalverstrekkingen valt te denken aan deelnemingen in gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, waaraan we bijdragen ineens verstrekten. Bij leningen kan gedacht worden aan leningen aan woningcorporaties, deelnemingen overige verbonden partijen en overige langlopende leningen. Voor de verwerking van financiële activa volgen we het BBV. We waarderen de financiële vaste activa tegen de verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde wanneer deze is in te schatten.

Vlottende activa

Voorraden

De onder de voorraden opgenomen grondcomplexen en voorraad te verkopen kavels waarderen we tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief de aan de boekwaarde toegerekende rente, onder aftrek van verkoopopbrengsten en overige bijdragen.

Tussentijds nemen we een deel van het resultaat op basis van de voortgang ('percentage of completion'-methode). We activeren geen kosten voor niet in exploitatie genomen gronden zonder dat hiervoor een reëel en stellig voornemen bestaat voor nabije toekomstige bebouwing. De hoogte van de kosten blijft beperkt tot de marktwaarde van de grond volgens de uitspraken van de commissie BBV. Het treffen van een afboeking of voorziening doen we bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Een verliesvoorziening brengen we in mindering op de boekwaarde.

Vorderingen

De vorderingen nemen we op tegen nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor dubieuze vorderingen. De voorziening dubieuze vorderingen is bedoeld als waardecorrectie op de nominale waarde.

Pensioenvoorziening

De pensioenvoorziening voor wethouders baseren we op actuariële waardeberekeningen. De hierbij gehanteerde rekenrente bedraagt 2,954%. Bij de berekening baseerden we de gehanteerde sterftetafel op GBM/GBV 18-23 met een leeftijdsterugstelling van 5 jaar voor mannelijke deelnemers en 3 jaar voor vrouwelijke deelnemers. Voor gepensioneerden en niet-gepensioneerden zijn dezelfde grondslagen gehanteerd. In de berekeningen zijn de niet ingegane pensioenen herrekend naar de AOW-leeftijd (aan de hand van de huidige uitruilfactoren), zoals vermeld op de site van de Sociale Verzekeringsbank.

Het kabinet wil dat alle pensioenen per 1 januari 2028 verplicht worden overgedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Op dit moment vallen deze pensioenen nog onder de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa). Om de overstap naar fondsfinanciering mogelijk te maken, moeten we bij de overgang naar ABP alle eerder opgebouwde pensioenaanspraken afrekenen. Dat doen we via een eenmalige kapitaalstorting aan ABP.

Overige activa en passiva

De overige activa en passiva waarderen we tegen de nominale waarde.

Grondslag voor de bepaling van baten en lasten

Bij de bepaling van de baten en lasten hanteren we het toerekeningstelsel. Dit wil zeggen dat we de baten en lasten en de risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, verwerken in de jaarrekening van dat jaar. Baten nemen we mee op het moment dat deze zijn gerealiseerd; lasten verwerken we op het moment dat deze zich voordoen.

Rechtmatigheidsverantwoording

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording stelden we op volgens de kaders in de financiële verordening en volgens de kadernota Rechtmatigheid (BBV). Dat betekent dat:

  • de rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van artikel 17 Financiële Verhoudingswet.
  • de financiële rechtmatigheid het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat:
    • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 17 juli 2025 door uw raad is vastgesteld.
    • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario's in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. In de financiële verordening ligt vast dat onder ‘tijdig melden’ wordt verstaan: bij de tussenrapportages, via actieve informatievoorzieningen of bij de jaarstukken.
    • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota Voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
  • De rechtmatigheidsverantwoording stelden we op binnen de kaders van de kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:
    • we een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 2.380.216) van de totale lasten van de gemeente, zonder de dotaties aan de reserves, hanteren waarboven we cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording opnemen.
    • we een rapporteringstolerantie van € 50.000 hanteren waarboven we fouten en onduidelijkheden in de paragraaf Bedrijfsvoering opnemen.