icon Deelprogramma 1B TOEGANG EN INDIVIDUELE VOORZIENINGEN

Bestuurlijke trekker:

Antoon Peppelman/Evert Blaauw

Ambtelijke trekker:

Huub Westendorp

Wat deden we in 2022 om de maatschappelijke doelen te bereiken?

We sloten aan op de nieuwe Wet inburgering

Inleiding

De Wet inburgering 2021 ging in. In deze wet ligt de focus op participeren van deze doelgroep, het liefst via betaald werk. De voornaamste wijziging ten opzichte van de vorige wetgeving was dat de regie bij de gemeente ligt. Daardoor voeren we zelf regie op aanbieders en handhaven we zelf de trajecten van inburgeraars. Daarnaast kreeg de nieuwe inburgering van statushouders meer verbinding met verschillende levensgebieden binnen het sociaal domein, zoals gezondheid, financiën en een sociaal netwerk. In Bronckhorst werkten we al integraal, de nieuwe wet paste precies in de bestaande werkwijze. We sloten een dienstverleningsovereenkomst met de verschillende taalaanbieders, Het Graafschap college, Hogeschool Arnhem en Nijmegen, Interbeek Support en Toptaal. Deze aanbieders deden een inburgeringsaanbod aan statushouders die zich in Bronckhorst vestigden. Dit aanbod baseerden zij op de uitkomst van de leerbaarheidstoets. 

Resultaten

We ondersteunden inburgeraars waar dat nodig is

We hielpen statushouders bij inburgering, participatie en integratie onder de nieuwe wet door ze te ondersteunen via het Sociaal Team, de gecontracteerde partijen en via initiatieven als Buddy to Buddy en Samen Bronckhorst.

We voldeden ruimschoots aan de huisvestingstaakstelling

De taakstelling voor het huisvesten van statushouders betrof 49 personen. Het lukte ons om meer mensen te huisvesten dan landelijk en regionaal van ons gevraagd werd. We zorgden voor huisvesting van 66 personen. Daarnaast boden we nog acht personen tijdelijk onderdak via de landelijke HAR-regeling (Hotel en Accommodatie Regeling).

We zorgden voor stabiliteit en perspectief voor het sociaal domein

Inleiding

Het Rijk stelde meer geld beschikbaar voor Jeugdhulp. Daardoor kwam er meer rust in het (financiële) perspectief van het sociaal domein in onze gemeente.

Resultaten

We rondden de transformatiefase sociaal domein snel af

De afgelopen jaren transformeerde het sociaal domein; zorg dichtbij, aansluitend op het dagelijks leven en maatwerk voor de inwoner. Die uitgangspunten zijn inmiddels normaal en de stappen die we zetten zien we als de verdere ontwikkeling van zorg en welzijn. Vanuit de visie op positieve gezondheid werkten we aan een zo passend mogelijke ondersteuning. Dat deden we met zorgaanbieders, welzijn en inwoners zelf.
We startten regionaal het traject “brede monitoring” rondom de thema’s: passend & duurzaam, positieve gezondheid en ambulantisering, oftewel het dicht bij de inwoner organiseren van ondersteuning, in plaats van de inwoner naar de zorg laten komen. Het woonplaatsbeginsel liet geen negatieve effecten zien.

We omschreven de dienstverlening opnieuw

We sloten de nieuwe contracten met zorgaanbieders voor Jeugdhulp en Wmo voor de Achterhoek. Daardoor konden we beginnen met de kwaliteitsslag in de samenwerking met zorgaanbieders. Het tweede halfjaar was een overgangsperiode. In deze periode realiseerden we een warme overdracht van cliënten die bij niet-gegunde aanbieders zorg ontvingen. Daar waar de situatie dat niet toeliet, boden we een oplossing op maat. We zagen dat (niet gegunde) aanbieders zorgvuldig en consequenter declareren, waardoor administratieve processen soepel liepen. Om te voorkomen dat cliënten tussen wal en schip belanden verlengden we de overgangsperiode tot 1 april 2023.
Met de nieuwe inkoop werkten we met bevoorschotting van aanbieders. De zorg voor cliënten kwam niet in gevaar omdat we ruimer bevoorschotten. Eind 2022 stelden we de bevoorschotting bij, in overleg met de aanbieders op basis van de bezetting van plekken. Een aantal aanbieders ontving teveel en we bereidden de afhandeling daarvan voor. Met de nieuwe werkwijze houden we meer grip op de uitgaven.

We volgden de ontwikkeling van de hervormingsagenda Jeugd

Het rijk werkte een hervormingsagenda Jeugd uit. We volgden de interactie tussen het Rijk en de VNG. Het Rijk deed een voorstel voor een financieel kader. De VNG oordeelde dat dit voorstel de gemeenten onvoldoende garanties biedt, mocht er ondanks hun inspanningen sprake zijn van tekorten op de jeugdhulp. Eind december deed de VNG een eigen voorstel, we ondersteunden dit voorstel.

We hadden een betere dekking van de tekorten op Jeugdzorg 

Ter compensatie van de tekorten in de Jeugdzorg kwam landelijk € 1,314 miljard extra beschikbaar voor gemeenten. Dat komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen. Hierin is opgenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die een besparing van € 214 miljoen op Jeugdzorg opleverden. We ontvingen uit deze budgetten een bedrag van € 1,5 miljoen. Daardoor hadden we een betere dekking van de kosten. Maar we zagen wel dat de kosten blijven stijgen door de inzet van intensievere zorg.

We brachten scherper in beeld hoeveel we jaarlijks uitgeven aan zorg

De inzet op Wmo-begeleiding voor jongvolwassenen bleef stijgen. Ook zien we dat bestaande casussen vaker plotseling pieken, waardoor snelle en zware inzet vanuit consulenten en zorg nodig was. Dit had meestal te maken met vechtscheidingen.

We werkten vanaf 1 januari 2022 met het nieuwe woonplaatsbeginsel

Inleiding

Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor Jeugdhulp. Om hier meer duidelijkheid in te verschaffen veranderde het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 wettelijk. De gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven, direct voorafgaand aan de Jeugdhulp met verblijf, is nu verantwoordelijk. Zo kan er beter uitvoering gegeven worden aan de jeugdwet.

Resultaten

We sloten beter aan bij de doelen van de Jeugdwet

We droegen in totaal 50 jeugdigen ‘warm’ over naar andere gemeenten. (14 binnen de regio Achterhoek en 36 buiten de regio). We kregen vanuit andere gemeenten 11 jeugdigen overgedragen naar onze gemeente (9 vanuit de regio Achterhoek en 2 van buiten de regio). Deze overdrachten verliepen zonder problemen. De sociaal consulenten namen de contacten met deze jeugdigen en/of de zorgverleners over.

We regelden zorg dichter bij huis

We brachten de zorg dichter bij huis, onder meer door de professionele ondersteuning van de welzijnsstichtingen. We vroegen veel van de welzijnsstichtingen om adequaat op de zorgvraag van inwoners in te spelen of deze ondersteuning noodzakelijk is.

We koppelden een beroepskracht aan welzijn

De stichtingen in Vorden en Steenderen hebben inmiddels een beroepskracht. Deze beroepskracht zorg ook voor aansluiting bij het sociaal team. We borgden de ontwikkeling van de Dorpskamers en de welzijnsstichtingen; eenieder kan van elkaar leren en er is vervanging bij vakanties en ziekte. Met Stadskamer Doetinchem is contact gezocht omdat zij hiermee ervaring hebben op dit terrein. Voor Steenderen en Vorden maakten we afspraken met de Stadskamer Doetinchem, de andere kernen volgens zo spoedig mogelijk.

De dorpskamers gingen van start

In Vorden en Steenderen gingen ook de dorpskamers van start. De dorpskamer is er voor iedereen maar is ook een aanvullende voorziening voor mensen die anders mogelijk naar een dagbesteding gaan. De mensen hoeven dan niet eerst geïndiceerd te zijn.

We bereidden ons voor op de wetswijziging beschermd wonen

Inleiding

De taak beschermd wonen gaat per 1 januari 2024 over naar de gemeente. In regionaal verband bereiden we dit zorgvuldig voor. Daarnaast zijn we hierover in overleg met buurtplein Doetinchem, die deze taak momenteel uitvoert, over wat dit betekent voor onze cliënten.

Resultaat

Sociale consulenten blijven goed geschoold

De sociaal consulenten en de kwaliteitsmedewerker volgden een tweedaagse training over de werkwijze en consequenties van de decentralisatie. Daarnaast worden onze consulenten betrokken bij de indicatiesteling van cliënten afkomstig uit onze gemeente

We stimuleerden werkgevers via loonkostensubsidies

Inleiding

Een groot percentage inwoners dat gebruik maakt van een uitkering stroomt snel uit. Door snelle uitstroom is het aantal uitkeringsgerechtigden in Bronckhorst laag ten opzichte van de regionale en landelijke cijfers. Daardoor kunnen we deze kwetsbare groep snel helpen richting werk of scholing. Dit doen we met de inzet van het sociaal team en de Werkcarrousel Bronckhorst. Uit de landelijke DIVOSA-benchmark bleek dat we het goed doen rond de participatiewet.

Resultaat

We bleven inzetten op loonkostensubsidie

Het aantal uitkeringsgerechtigden is relatief gezien lager dan in de andere Achterhoekse gemeenten. Ook ten opzichte van vergelijkbare gemeenten en het landelijke gemiddelde deden we het goed. Met onder andere loonkostensubsidie als re-integratie-instrument begeleidden we uitkeringsgerechtigden richting werk. Met name jongeren (18-27 jaar) en ouderen (vanaf 55 jaar) stroomden in. De mensen die een uitkering ontvingen zijn goed in beeld bij de sociaal consulenten. We boden ondersteuning op maat om ze weer aan de slag te helpen. De kosten per uitkeringsgerechtigde waren ongeveer € 1.000 per persoon lager dan het landelijk gemiddelde. Ook hadden mensen gemiddeld een jaar korter een uitkering dan het landelijke gemiddelde van 65 maanden. Voor beschut werk was er een lichte groei in aantallen zichtbaar en zitten we nu op acht personen met een beschut werk indicatie. Deze zitten allemaal op een werkplek en krijgen de begeleiding vanuit de sociale consulenten.

Uitvoeringsprogramma Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)

Inleiding

Een groep inwoners maakt gebruik van een oude regeling, genaamd de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW). Deze regeling is voor mensen die door een lichamelijk, psychische of verstandelijke beperking niet onder normale omstandigheden het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Sinds 1 januari 2015 kunnen er geen nieuwe mensen meer instromen in de WSW. Alleen mensen die voor 2015 een WSW indicatie hadden, komen in aanmerking voor verlenging van die indicatie. Deze groep wordt waar mogelijk begeleid naar regulier werk. Of zij stromen uit naar WIA of AOW. De groep WSW medewerkers in Bronckhorst bestaat uit 65 personen die werkzaam zijn bij Laborijn (voormalige WEDEO) en 89 personen die via de sociaal consultenten van de gemeente Bronckhorst richting werk begeleid worden (voorheen Delta).

Resultaten

We hielpen WSW medewerkers zoveel mogelijk aan het werk

Alle WSW medewerkers hebben een begeleider die hen ondersteunt en de lijnen kort houdt. Daarnaast zitten alle medewerkers op een werkplek om zo de arbeidsritme te behouden en te onderzoeken of er ontwikkeling naar een reguliere werkplek mogelijk is. Van de 89 personen die door ons werden begeleid is 58% betaald aan het werk (2021 = 55%) en heeft 35% een onbetaalde werkplek (2021 = 35%). 7% van de mensen heeft geen werkplek of is langdurig ziek zonder werkplek. Van de 65 personen die werkzaam zijn bij Laborijn is 82% betaald aan het werk (2021 = 67%), heeft 16% een onbetaalde werkplek (2021 = 33%) en heeft 2% op het moment geen werkplek of is langdurig ziek zonder werkplek (2021 = 0%).

We zochten ondernemers die beschutte werkplekken bieden

Er zijn een aantal werkgevers die beschutte werkplekken bieden. In een nieuwe samenwerking met Aviko in Steenderen konden we meer beschutte werkplekken creëren voor inwoners die over deze indicatie beschikken. Dit jaar zijn bij Aviko er 4 personen gestart met een beschut werk- of WSW indicatie. Van de 65 personen die werkzaam zijn bij Laborijn is 82% betaald aan het werk (2021: 67%), heeft 16% een onbetaalde werkplek (2021: 33%) en heeft 2% op het moment geen werkplek of langdurig ziek zonder werkplek (2021: 0%).

We pasten onze dienstverlening aan op Wmo-vervoer

Inleiding

Omdat de provincie het OV-vangnet anders organiseert, namen we als gemeente maatregelen om de mobiliteit van onze inwoners te borgen. Het vervoer blijft recht doen aan de behoefte aan mobiliteit van inwoners die dit niet meer zelf kunnen organiseren. We kijken kritisch naar wat echt moet blijven en waar we de dienstverlening kunnen aanpassen, om binnen de financiële mogelijkheden te blijven.

Resultaten

Als regio pasten we onze dienstverlening aan voor Wmo-vervoer via ZOOV

We voerden een mix van aanpassingen door in het productaanbod van ZOOV Op Maat. Uitgangspunten waren om de toename van kosten te beperken, het aanbod zoveel mogelijk in stand te laten en de kwaliteit van het vervoer te borgen.

We voerden de ‘Voor Elkaar Pas’ in

Per 1 januari 2022 voerden we de Voor Elkaar Pas in als aanvulling op het Wmo-vervoer. Hierdoor nam het gebruik van het openbaar vervoer toe. We pasten de begin- en eindtijden van ZOOV Op Maat aan, waardoor minder stilstaande voertuigen in de stille uren. We stelden de minimale ritprijs op 3 kilometer om korte ritten te ontmoedigen. Per 3 april 2022 voerden we een drempelbijdrage in van € 60,- per jaar voor reizigers om met een Wmo-indicatie met korting te reizen. Hierdoor wordt bewuster gekozen of een Wmo-indicatie voor vervoer daadwerkelijk nodig is. Ongeveer 330 mensen zetten hun indicatie stop. We hebben de indruk dat deze mensen er al geen gebruik van maakten, het sociaal team hield en houdt dit in de gaten.

We ontwikkelden nieuwe mogelijkheden

We voerden een brede evaluatie onder het team ZOOV Beheer en de deelnemende gemeenten uit. Met de uitkomsten van deze evaluatie zijn aanbevelingen en voorstellen in voorbereiding voor een nieuw concept vraagafhankelijk vervoer voor 2024 en verder.

Indicatoren

Lokale indicatoren

Indicator

Bron

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Gelderland 2021

Realisatie 2022

Gelderland 2022

Kinderen in uitkeringsgezin (% tot 18 jarigen)

CBS 2021

3%

3%

2%

5%

geen data

geen data

Werkloze jongeren (% 16 t/m 22 jarigen)

CBS 2021

1%

1%

1%

2%

geen data

geen data

Jongeren met delict voor de rechter (% 12 t/m 21 jarigen)

CBS 2021

geen data

geen data

geen data

1%

geen data

geen data

Gegevens overgenomen van www.waarstaatjegemeente.nl stand d.d. 14-02-2023

Indicator

Bron

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Gelderland 2021

Realisatie 2022

Gelderland 2022

Verwijzingen Halt (aantal per 1.000 inwoners van 12 tot 17 jaar)

Halt 2021

5

5

8

8

geen data

geen data

Gegevens overgenomen van www.waarstaatjegemeente.nl stand d.d. 14-02-2023

Indicator

Bron

Realisatie 2e hj 2020

Realisatie 1e hj 2021

Realisatie 2e hj 2021

Gelderland 2e hj 2021

Realisatie 1e hj 2022

Gelderland 1e hj 2022

Personen met een bijstandsuitkeringen (aantal per 10.000 inwoners)

CBS 2021

194,7

170

136,6

324,9

geen data

geen data

Lopende re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners van 15-64 jaar)

CBS 2022

geen data

geen data

geen data

geen data

175,2

195,1

Jongeren met jeugdbescherming (% van alle jongeren tot 18 jaar)

CBS 2022

1,6%

1,4%

1,3%

1,2%

1,1%

1,1%

Jongeren met jeugdreclassering (% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar)

CBS 2022

geen data

geen data

geen data

0,2%

geen data

0,2%

Jongeren met jeugdhulp (% van alle jongeren tot 18 jaar)

CBS 2022

10,1%

10,9%

11,3%

12,0%

9,6%

11,1%

Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (aantal per 10.000 inwoners)

CBS 2022

600

590

600

635

600

624

Gegevens overgenomen van www.waarstaatjegemeente.nl stand d.d.14-02-2023