iconWe volgen grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Voor gemeenten gelden de verslagleggingsregels uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening 2022 stelden we samen in overeenstemming met deze regelgeving.

Vaste activa

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa verdelen we onder in:

  • investeringen met een economisch nut
  • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
  • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut   

Investeringen hebben een economisch nut wanneer ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

We activeren alle investeringen in materiële activa, groter dan € 10.000. Voor vervangingsinvesteringen in het riool hebben we een voorziening. De dotatie maakt deel uit van de tariefberekening. De vervangingsinvesteringen brengen we, voor zover de voorziening toereikend is, ten laste aan de voorziening.

De waardering van onze materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs na aftrek van ontvangen subsidies en bijdragen van derden en (extra) afschrijvingen. De verkrijgingsprijs bestaat uit de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs uit aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en overige kosten die we rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen toerekenen.
Rente rekenen we niet toe. En op activa schrijven we af op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. De afschrijvingen sluiten aan bij het verloop van de waardevermindering. In beginsel schrijven we lineair af, in bijzondere situaties annuïtair. De afschrijvingstermijnen staan in de Financiële verordening, art.9, bijlage afschrijvingsbeleid (2017).

Financiële vaste activa

Hieronder vallen kapitaalverstrekkingen, leningen, overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van een jaar of langer en bijdragen aan activa in eigendom van derden. Bij kapitaalverstrekkingen valt te denken aan deelnemingen in gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen, waaraan we bijdragen ineens verstrekten. Bij leningen kan gedacht worden aan leningen aan woningcorporaties, deelnemingen overige verbonden partijen en overige langlopende leningen. Voor de verwerking van financiële activa volgen we het BBV. We waarderen de financiële vaste activa tegen de verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde wanneer deze is in te schatten.

Vlottende activa

Voorraden

De onder de voorraden opgenomen grondcomplexen en voorraad te verkopen kavels zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief de aan de boekwaarde toegerekende rente, onder aftrek van verkoopopbrengsten en overige bijdragen.
Tussentijds nemen we een deel van het resultaat op basis van de voortgang ('percentage of completion'-methode). We activeren geen kosten voor niet in exploitatie genomen gronden zonder dat hiervoor een reëel en stellig voornemen bestaat voor nabije toekomstige bebouwing. De hoogte van de kosten blijft beperkt tot de marktwaarde van de grond volgens de uitspraken van de commissie BBV. Het treffen van een afboeking of voorziening doen we bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Een verliesvoorziening brengen we in mindering op de boekwaarde.

Vorderingen

De vorderingen nemen we op tegen nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor dubieuze vorderingen. De voorziening dubieuze vorderingen is bedoeld als waardecorrectie op de nominale waarde.

Pensioenvoorziening

De pensioenvoorziening voor wethouders is gebaseerd op actuariële waardeberekeningen. De hierbij gehanteerde rekenrente bedraagt 2,472%. Bij de berekening baseerden we de gehanteerde sterftetafel op GBM/V 2015-2020 met een leeftijdsterugstelling van 5 jaar voor mannelijke deelnemers, 3 jaar voor vrouwelijke deelnemers, 1 jaar voor de vrouwelijke partner van mannelijke deelnemers en 3 jaar voor mannelijke partner van vrouwelijke deelnemers.

Overige activa en passiva

De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Grondslag voor de bepaling van baten en lasten

Bij de bepaling van de baten en lasten is het toerekeningstelsel gehanteerd. Dit wil zeggen dat we de baten en lasten en de risico's die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, verwerken in de jaarrekening van dat jaar. Baten nemen we mee op het moment dat deze zijn gerealiseerd; lasten verwerken we op het moment dat deze zich voordoen.

Rechtmatigheidsverantwoording
Vanaf 2023 geven wij een rechtmatigheidsverantwoording af. In 2022 lopen wij hier op onderdelen op vooruit. De (financiële) rechtmatigheid wordt getoetst aan de hand van het normenkader. Het normenkader is op 12 juli 2022 door ons als college van B&W vastgesteld. Na dit besluit is de raad geïnformeerd over het normenkader via een actieve informatievoorziening. Deze was geplaatst op de agenda van 29 september 2022. Vanaf 2023 stelt de raad het normenkader vast.