iconWe bleven binnen de financiële risiconormen

Het belangrijkste uitgangspunt van de Wet financiering decentrale overheden (Fido) is dat decentrale overheden hun financiering solide, kredietwaardig en met beheersbare renterisico’s uitvoeren. We sluiten daarom alleen leningen af voor het uitvoeren van onze publieke taken, en alleen wanneer onze reserves en voorzieningen daarvoor onvoldoende zijn. Zo houden we de rentelasten zo laag mogelijk.

We streven ernaar leningen tegen zo laag mogelijke kosten af te sluiten om rente- en kredietrisico’s te beperken. In het algemeen geldt dat een kortere looptijd leidt tot een lagere rente, omdat het risico voor de geldverstrekker dan kleiner is. Onze treasuryfunctie ondersteunt uitsluitend de publieke taak en werkt binnen de financiële kaders van de Wet Fido. Een zorgvuldige omgang met publieke middelen vormt daarbij de basis.

Financieringsrisico's 

Risicobeheersing blijft cruciaal. Om de gemeente te beschermen tegen de gevolgen van rentefluctuaties gelden wettelijke normen waaraan we moeten voldoen. Dit zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide normen begrenzen de renterisico’s die verbonden zijn aan de financiering van respectievelijk de korte en de lange schuld.

Renterisiconorm

Bij het aantrekken van langlopende leningen houden we rekening met de renterisiconorm. Deze norm moet het toekomstige renterisico beperken door aflossingen en renteherzieningen te spreiden. We voorkomen daarmee dat in één jaar een te grote concentratie van aflossingen of renteherzieningen op lopende leningen ontstaat. De renterisiconorm bepaalt dat het renterisico niet hoger mag zijn dan een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Voor onze gemeente is dit percentage 20% van de totale lasten. Voor 2025 kwam deze limiet uit op € 21,8 mln.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een instrument om het gebruik van kortetermijnfinanciering te beperken. Deze norm bepaalt dat de totale kortlopende schuld maximaal 8,5% van de totale lasten van de gemeentebegroting mag bedragen. We bleven binnen de kasgeldlimiet van €  mln. Binnen deze grens mogen we onze financieringsbehoefte dekken met kortlopende leningen.

Netto vlottende middelen

Schuld / Overschot

Bedrag

Eerste kwartaal

overschot

84.224

Tweede kwartaal

overschot

65.421

Derde kwartaal

overschot

52.210

Vierde kwartaal

overschot

21.663

Volgens artikel 4, lid 1 van de Wet Fido mag de gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet overschrijden. Als we de limiet drie kwartalen achter elkaar zouden overschrijden, moeten we dit melden bij de provincie en maatregelen treffen. In 2025 is vastgesteld dat we binnen de kasgeldlimiet zijn gebleven.

Beleggen en schatkistbankieren 

We volgen dagelijks of we geld tekortkomen of juist overhouden. Voor tijdelijke tekorten gebruiken we de kredietlimiet op onze lopende rekening bij de BNG. Als dit niet voldoende is, kunnen we kasgeldleningen aantrekken via onze leenovereenkomst. Tegelijkertijd streven we ernaar om niet te veel middelen ongebruikt beschikbaar te hebben. De wet verbiedt ons om overtollige middelen te beleggen. Daarom moeten gemeenten het grootste deel van hun overtollige middelen onderbrengen bij het Ministerie van Financiën via het schatkistbankieren. Gemeenten mogen overtollige middelen ook onderling of aan andere decentrale overheden uitlenen, maar door de relatief hoge rente in de schatkist doen we dat momenteel niet.

In 2025 bedroeg het gemiddeld uitstaande bedrag in de schatkist € 20 mln. De rente daalde in de loop van 2025 naar 2,9% (december 2025). Hierdoor ontvingen we in totaal € 0,4 mln aan renteopbrengsten.